046 mAlEDIvEN
deed een poging om in zo'n palmboom te klimmen en er een verse noot als ontbijt uit te slepen. Dat viel bepaald nog niet mee, en toen ik na het nodige gezweet eenmaal boven was, bleek ik het Zwitserse mes vergeten te zijn waar- mee zo'n noot met een harde plof naar beneden te halen viel. AllEEN IS mAAr AllEEN Het was een teleurstelling zonder meer. Ik kon nog niet eens een kokosnoot scoren - op m'n eigen onbe- woonde (op mij na dan) eiland en als ik m'n plastieke eten niet had gehad en m'n zonnebrand was ik hier eigenlijk letterlijk ten dode opgeschreven. Met de wetenschap dat er ook weer een einde aan kwam maakte ik een ommetje en verbeterde m'n ron- detijd, van 6.37 naar 5.56 waarbij ik ook nog naar een prachtige zeeschildpad had staan kijken die in de lagu- ne wat in de opkomende zon had liggen liggen. Wat zijn die leuk zeg, die zeeschildpadden. Zoals ze zich wentelen in de zon en de algen van hun pantser schu- ren over het zand. Wat een gratie, wat een souplesse. En verder? Ja verder niks eigenlijk. Op dat eigen eiland van me. Waar je ook keek lag knetterwit zand en het was inderdaad allemaal helemaal voor mezelf alleen, maar over wat ik er mee moest ontbrak verder elk idee. Ik tuurde me suf maar ontwaarde nergens een kano vol bevallig inlands vrouwvolk met bloemen in het haar die aanstal- ten maakte op m'n koraalklomp te landen en zich vol goede gaven op me te storten. Er spoelde niets aan, en het boek? Dat was al uit. Het was er, nadat ik het eilandje nog een keer of drie was rondgelopen, weliswaar fraai maar eigen- lijk ook oer- en oervervelend. In de verte knorde een watervliegtuigje, op weg naar een van de resort-eilanden. Misschien wel het mijne. Ik kon de drijvers duidelijk zien. Grote zilveren voe- ten aan een ragfijn dingetje dat de zwaartekracht trotseerde en op weg was naar een schare knikkende obers die je welkom heetten en besuikerde cocktails voor je veranda plaatsten. Ergens diep in m'n buik woelde een gevoel van jaloezie op. Je zag ze zitten. Die passagiers, met hun drankje, een nootje, het blauw van de oceaan veilig uit het raampje. Fasten your seatbelts, nog vijf minuten en u bent in het paradijs. Met een vriendelijk lachend iemand, klaar om je een verfrissend handdoekje aan te reiken om de klamme tropenhitte van je gezicht te vegen. 'Sorry Yvonne, lieve Yvonne,' hoorde ik mezelf zeg- gen terwijl ik naar het vliegtuigje keek dat met gezwinde spoed naar de luxe vloog. 'Sorry. Geef me het geld maar, m'n zakmes mag je houden.' Maar er kwam nergens antwoord, het vliegtuigje vloog door en al wat restte was stilte. De stilte van al die uren waarop ik op Afeef zat te wachten en voor wie wacht valt het wachten lang. Ik wilde dat-ie eens opschoot. Op m'n resort stond spaghetti op het menu. En ik ben dol op spaghetti. 'Er spoelde niets aan, en het boek? Dat was al uit.' mAlEDIvEN 047